Geschiedenis van het pleister

U staat er niet altijd bij stil, maar het pleister dat gebruikt wordt voor het bepleisteren van een woning kent reeds een lange geschiedenis.
Benieuwd? Lees er hieronder meer over!

Prehistorie:

Pleister is terug te vinden tot ca. 9000 voor Christus in de jonge steentijd in Anatolië. Oude vondsten in nederzettingen wijzen hierop, rivierzand met kalkaandeel werd in ruïnes teruggevonden.

1900 – 600 voor Christus:

In Egypte en Mesopotamië doken pleisterlagen van klei met stro op. Daarop vond u een dunne pleisterlaag met gips terug. Kleurrijke beschilderingen in natuurkleuren, die een bindmiddel uit eiwit en caseïne hebben, verfraaiden de muren.

In Mesopotamië verscheen kalkmortel vroeger dan in Egypte. De oudste gekende kalkhoven dateren uit de tijd rond 2500 voor Christus. Tegelijkertijd duiken in Atachan, Mesopotamië vermoedelijk de eerste frescobeschilderingen op.

Ook in Kreta duiken beschilderingen in frescotechniek op, maar dan wel zonder organisch bindmiddel. Op het vasteland zijn resten van beschilderingen uit de Myceense periode gevonden, hier dan wel in seccotechniek op gips en kalkpleister en fresco op kalkpleister.

Verklaring:
Secco = droog (pleisterlaag is gebonden / al hard)
Fresco = nat (er wordt op nog vochtig niet afgebonden mortel geschilderd)

500 voor – 400 na Christus:

Romeinse beschilderingen van hoogtechnische kennis en kunstelijk kunnen. Bepleisteringen van 3 tot 5 cm dik in verschillende opbouwlagen.
De gevonden toeslagstoffen zijn marmermeel, marmerzand, gemalen aardewerk in verschillende korrelgrootte en tras.

200 – 1000 na Christus:

Mortellagen gaan in één of twee lagen terug. Buitenpleisters zijn meestal in één laag en worden in verse toestand beschilderd, met de pleisterspaan aangebracht en gladgestreken als een soort ‘ruwpleister’.

1000 – 1200 na Christus:

Het pleister in de middeleeuwse periode neemt het niet zo nauw. Men laat de natuursteenkoppen uit de muur komen. Deze techniek beschrijft men als ‘Rasa Pietra’. Later worden de stenen met een dunne pleisterlaag bepleisterd (0,5 cm à 1 cm dik - kalei).

1300 – 1400 na Christus:

In de loop van de tijd wordt het muurverband onregelmatig. De uitspringende hoeken worden dikker bepleisterd en voegen worden in regelmaat uitgesneden. Het binnenpleister blijft een vlakke pleister die geregeld toch in frescotechniek wordt beschilderd. De pleisters zijn dan al rijrecht met een dikte van 1,5 cm.

1450 – 1550 na Christus:

De renaissance breekt aan met oud-Romeinse technieken. Meerlagige pleisters (tot 7 lagen toe), de façadeversiering wordt eerst nog in natuursteen aangebracht, behalve daar waar natuursteen moeilijk aan te brengen was of te duur zou zijn. Binnenpleister en stucwerk werd aangebracht en rijkelijk in vormgeving versierd.

1600 – 1800 na Christus:

Barok is uiteindelijk het hoogstandje van de ‘stukadoorskunst’. Zichtbaar metselwerk komt hier niet meer voor, metselwerk is enkel nog een pleisterdrager. Binnen en buiten wordt ieder vlak rijkelijk gestukadoord in swingende vormen (convex – concave). Daardoor zijn de tot nu toe gebruikte gereedschappen (pleisterspaan – stukadoortruweel) onvoldoende.

Daar komen nu bij: verschillende truweelvormen, spachtelijzers, klingen, snij- en krabijzers, punt- en bijlhamers, borstels en penselen, enz.
De ‘stukadoor’ wordt hoog aanzien, want in hem schuilt de kunstenaar. Daarnaast is er ook de stukadoorhelper die de muren bepleistert of eenvoudig stucwerk maakt. Onder stucwerk verstaan we lijstwerk.

1780 – 1850 na Christus:

Het classicisme vereenvoudigt de vormen maar benut wel de façade en binnenruimte voor stucwerkversieringen.

1850 – 1914 na Christus:

Het volgende historisme blijft, maar nu met alle technieken uit de verschillende stijlperiodes.

1890 – 1930 na Christus:

De Jugenstil of art nouveau vindt in stucwerk een middel om zijn eigenzinnige vormen uit te drukken. Men maakt er graag en rijkelijk gebruik van.

Zowel in de verre geschiedenis als in de art nouveau zijn er nog weinig kunstenaar-stukadoors die deze techniek kennen. Vandaag de dag worden deze stucelementen per catalogus besteld en alleen nog door de vakman-stukadoor geplaatst.

Een kleine groep stukadoors is al een hele tijd in de momumentenzorg actief om deze technieken te kunnen uitvoeren. Jean-Paul Jordens is één van hen. Voor hem is pleisterwerk niet alleen het bepleisteren van muren en plafonds, maar ook een kunstvorm waar prachtige resultaten mee kunnen bereikt worden.

Hebt u vragen of wilt u graag meer weten over de activiteiten van Jean-Paul en de vele mogelijkheden die hij u aanbiedt?
Neem dan contact op via de contactpagina. U wordt dan zeker verder geholpen.


Back to Top